Zonlicht en vitamine D verminderen kans op multiple sclerose
Geplaatst op 08 februari 2011
Mensen die meer tijd in de zon doorbrengen (vitamine D wordt aangemaakt onder invloed van UV straling van het zonlicht) en zij die hogere vitamine D spiegels in het bloed hebben, hebben minder kans op het ontwikkelen van multiple sclerose (MS). Dit is de uitkomst van een studie, net gepubliceerd in het medisch tijdschrift Neurology, het medisch tijdschrift van de American Academy of Neurology.
Multiple sclerose is een een chronische aandoening van de hersenen en het ruggenmerg, gekenmerkt door neurologische uitvalsverschijnselen en periodieke verslechteringen van de symptomen, gevolgd door gedeeltelijk of geheel herstel. De ziekte kan ook optreden zonder aanvallen, met een geleidelijke achteruitgang. MS wordt vaak voorafgegaan door een eerste episode (aanval) van symptomen, die dagen tot weken kan aanhouden.
Voorgaande studies op dit gebied hebben soortgelijke resultaten opgeleverd, maar dit is de eerste studie bij mensen, die een eerste aanval van MS achter de rug hadden, en nog niet waren gediagnosticeerd met multiple sclerose. Andere studies hebben gekeken naar mensen die wisten dat ze MS hadden, maar daarbij was het moeilijk om uit te maken of zij op basis van deze wetenschap hun gedrag hadden aangepast met betrekking tot blootstelling aan zonlicht of voedingspatroon.
De studie (Australië) betrof 216 mensen in de leeftijd van 18 tot 59 jaar die een eerste aanval hadden gehad met symptomen die typerend waren voor multiple sclerose. Deze mensen werden vergeleken met 395 mensen zonder symptomen van een mogelijke MS, uit dezelfde gebieden, van dezelfde leeftijd en van hetzelfde geslacht als de deelnemers met MS. De deelnemers rapporteerden hoe vaak zij in de zon hadden doorgebracht in verschillende periodes van hun leven. Daarbij werd de huidschade als gevolg van contact met zonlicht gemeten, naast de hoeveelheid melanine (kleurstof) in de huid. Vitamine D spiegels (gevormd door zonlicht, dieet en gebruik van supplementen) werden vastgesteld door bloedonderzoek.
De kans op het krijgen van een eerste aanval (episode) van multiple sclerose, gediagnosticeerd door een arts, varieerde van twee tot negen per 100.00 mensen per jaar in dit onderzoek. De gerapporteerde blootstelling aan het UV zonlicht varieerde van 500 tot 6000 kilojoules per vierkante meter. De onderzoekers ontdekten dat de kans op het krijgen van een eerste aanval met 30 procent afnam voor elke verhoging van van het ontvangen UV licht met 1000 kilojoules. Ook ontdekten ze dat de deelnemers met het meeste bewijs voor huidschade door zonlicht 60 procent minder kans hadden op een eerste episode van MS dan deelnemers met de minste schade. Deelnemers met de hoogste vitamine D spiegels in het bloed hadden evenzeer een verminderde kans op een eerste episode van MS dan zij met de laagste gehaltes in het bloed.
Onderzoeken hebben laten zien dat multiple sclerose meer voorkomt op de hogere breedtegraden, dus verder weg van de evenaar. Dit verband werd ook gevonden in deze studie in Australië.
Samengevat zijn de de verschillen in blootstelling aan zonlicht, vitamine D spiegels in het bloed, en huidcondities verantwoordelijk voor een toename van 32 procent in het ontstaan van MS, en dat geldt voor zowel de hogere als de lagere breedtegraden in Australië.
De effecten van zonlicht en vitamine D staan los van andere risicofactoren van MS. Verder onderzoek zou moeten uitwijzen of zonlicht en optimalisatie van vitamine D spiegels in het bloed kunnen worden gebruikt voor de preventie van multiple sclerose. Het gebruik van zonnebanken zou overigens weinig effect hebben op het voorkomen van MS.
Blootstelling aan zonlicht geeft echter geen verbetering te zien van de symptomen en in het ziekteverloop bij reeds bestaande/gediagnosticeerde gevallen van multiple sclerose.
Bron
http://www.eurekalert.org/
Jan Slemmer / Advance natuurgeneeskundige praktijk
Hallo, ik ben Loes Machielsen.